De inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt naar verwachting uitgesteld naar 1 januari 2022. In een Kamerbrief informeert minister Ollongren de Tweede Kamer hierover. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft aan extra tijd en ruimte nodig te hebben voor een goede invoering van de wet. De Omgevingswet laat dus naar alle waarschijnlijkheid nog even op zich wachten. Toch zijn al veel gemeenten druk bezig met het treffen van voorbereidingen ten aanzien van deze nieuwe wet. De Omgevingswet brengt namelijk veel nieuws met zich mee, waaronder het veel omstreden onderdeel ‘participatie’. Onze juridisch adviseur Roel van den Berg licht dit toe.

Wat is participatie precies?

Participatie is het in een vroegtijdig stadium betrekken van burgers in het besluitvormingsproces van de gemeente, om zo tijdig de verschillende belangen en meningen op tafel te krijgen. De bedoeling is dat participatie – naast de formele momenten tot inspraak zoals de zienswijzeprocedure – meer informele inspraak mogelijk maakt. Hiermee hoopt de wetgever het vertrouwen van de burger in de overheid (terug) te winnen. Het doel van participatie is dan ook dat de burgers zich meer betrokken gaan voelen bij het besluitvormingsproces. Dit zou dan weer een breder draagvlak moeten opleveren voor belangrijke ontwikkelingen binnen de fysieke leefomgeving, waardoor logischerwijs het aantal bezwaar- en beroepschriften afnemen.

Een voorbeeld van participatie is het traject dat de gemeente Maastricht heeft gevolgd voor de vervanging van de Structuurvisie in de Omgevingsvisie. De gemeente heeft met de Maastrichtenaren in verschillende rondes dialoogbijeenkomsten gehouden om zo de gewenste ontwikkelrichting van de fysieke leefomgeving te achterhalen. Uiteindelijk is dit vertaald in een Ontwerp Omgevingsvisie.

Participatie onder de Omgevingswet

Participatie is met de komst van de Omgevingswet helemaal hot en happening en valt binnen veel gemeenten al haast niet meer weg te denken. Desondanks heeft de wetgever ervoor gekozen om slechts in een handjevol wetsartikelen regels ten aanzien van participatie te stellen. Binnen deze wetsartikelen kan participatie vanuit juridisch oogpunt in drie verschillende vormen worden onderscheiden, namelijk: participatie als motiveringsplicht, kennisgevingsparticipatie en participatie als aanvraagvereiste. Deze vormen zullen hieronder achtereenvolgens worden besproken.

1.     Participatie als motiveringsplicht

Deze vorm van participatie geldt voor de omgevingsvisie (art. 10.7 Omgevingsbesluit), het omgevingsprogramma (art. 10.8 Omgevingsbesluit) en het omgevingsplan (art. 10.2 lid 2 Omgevingsbesluit).

Met de motiveringsplicht wordt een gemeente verplicht om achteraf verantwoording af te leggen over het al dan niet doorlopen participatietraject. Doordat de wet verder geen voorwaarden stelt aan de vorm waarin deze participatie dient te geschieden, wordt hier ook wel van ‘vormvrije participatie’ gesproken. De gemeente mag dus zelf bepalen hoe de participatie eruit komt te zien, zolang naderhand maar verantwoording hierover wordt afgelegd aan de burgers.

2.     Kennisgevingsparticipatie

Deze tweede variant op participatie geldt uitsluitend voor het omgevingsplan en is terug te vinden in artikel 10.2 lid 1 van het Omgevingsbesluit.

Kennisgevingsparticipatie houdt in dat de gemeente niet alleen achteraf moet motiveren hoe is geparticipeerd, maar ook vooraf haar burgers moet informeren over de participatiemogelijkheden binnen het besluitvormingsproces. De achterliggende gedachte is dat wanneer burgers in een vroegtijdig stadium weten hoe het participatietraject eruit komt te zien, zij zich hierop kunnen voorbereiden en tijdig kunnen melden bij de gemeente.

3.     Participatie als aanvraagvereiste

De derde en laatste vorm van participatie is van toepassing op de omgevingsvergunning (art. 16.55 lid 6 en 7 Omgevingswet en art. 7.4 Omgevingsregeling).

Met participatie als aanvraagvereiste is de initiatiefnemer verplicht om aan te geven of hij gebruik heeft gemaakt van de participatiemogelijkheden. De initiatiefnemer mag dan in principe zelf bepalen hoe de participatie eruit komt te zien. Het doel is om de aanvrager van de omgevingsvergunning te stimuleren tot participatie. De participatie is nog steeds vormvrij en vrijwillig.

Echter, wanneer de initiatiefnemer in het midden laat of participatie heeft plaatsgevonden, dan wordt niet aan het aanvraagvereiste voldaan en kan de gemeente besluiten om de aanvraag niet in behandeling te nemen.

Let op! Er bestaat nog een uitzonderingsituatie. Voor gevallen waarin de aangevraagde omgevingsvergunning niet binnen het omgevingsplan past, mag de gemeente participatie verplicht stellen (bijvoorbeeld per gebied). Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om te participeren, maar nog wel zelf mag bepalen hoe de participatie eruit zal zien.

Niet eens met de ruimtelijke ontwikkelingen in uw omgeving?

Ruimte in Advies staat voor u klaar! Onze specialisten gaan graag, samen met u, opzoek naar oplossingen in uw specifieke situatie. Bijvoorbeeld door het opstellen van een zienswijze of bezwaarschrift. Voor meer informatie kunt u geheel vrijblijvend contact met ons opnemen.

Bel ons op: +31 (0)45 711 15 99 of stuur een e-mail naar: contact@ruimteinadvies.nl.