Het Nederlands erfgoed is goed verankerd in onze wetgeving. Sinds 1 juli 2016 is er één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water, namelijk de Erfgoedwet. Deze maakt samen met de Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Hoe gaat dat in z’n werk, en wat verandert er straks als de Omgevingswet in werking treedt? Onze adviseur Joyce Hellenbrand legt het uit in deze blog. 

Wat is cultureel erfgoed?

Erfgoed is sporen uit het verleden die aanwezig zijn in onze huidige tijd. We kennen immaterieel erfgoed, zoals gebruiken, gewoonten en verhalen, en materieel erfgoed, zoals gebouwen, natuurgebieden en landschappen, maar ook boeken en kunstwerken. 

Een belangrijke waarde van erfgoed is de beleefbaarheid ervan. Daarmee bedoelen we dat het gezien, gehoord, gevoeld, ervaren, gebruikt, veranderd, doorgegeven of verbeterd kan worden. Ook kan erfgoed gebruikt worden om een gebied verder te ontwikkelen, te behouden of te versterken. Maar dit kan alleen als het erfgoed goed beschermd wordt. Daarom zijn er twee belangrijke wetten, de Erfgoedwet en Omgevingswet.

Cultureel erfgoed en beleid

De wetgeving voor cultureel erfgoed was versnipperd in Nederland. Ieder type erfgoed heeft namelijk eigen werkwijzen en beschermingsmaatregelen. In de Erfgoedwet zijn de bestaande wetten en regelingen gebundeld. Maar ook additionele wetten en regelingen toegevoegd om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat:

  • Wat cultureel erfgoed is;
  • Hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed;
  • Wie welke verantwoordelijkheden heeft;
  • Hoe Nederland daar toezicht op houdt.

Naast de Erfgoedwet regelt ook de Omgevingswet vanaf 1 januari 2022 de bescherming van ons cultureel erfgoed. In de Omgevingswet worden onder meer de volgende zaken ondergebracht:

  • Vergunning (archeologische) rijksmonumenten;
  • (Aanwijzen) stads- en dorpsgezichten;
  • Aanstellen van een monumentencommissie;
  • Rekening houden met cultureel erfgoed bij een omgevingsplan;
  • Het aanwijzen van provinciale en gemeentelijke monumenten.

Een vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet is als volgt:

  • De omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet;
  • De duiding van erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet.

Wat betekent dit?

Voor gebouwde of aangelegde monumenten betekent dit dat het aanwijzen van rijksmonumenten gebeurt op grond van de Erfgoedwet, maar dat de vergunningverlening voor het wijzigen van rijksmonumenten is geregeld in de Omgevingswet. De aanwijzing en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt straks op grond van de Omgevingswet.

Voor de archeologie is de verdeling grofweg: het certificeringsstelsel en het aanwijzen van archeologische rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet en de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (de vergunningverlening en de integratie in de planvorming) in de Omgevingswet.

Wat verandert er op het gebied van cultureel erfgoed met het in werking treden van de Omgevingswet?

Wij zetten graag de belangrijkste wijzigingen onderstaand op een rij.

  • Er wordt een brede definitie van cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving gehanteerd. Het gaat om gebouwde en aangelegde monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten én cultuurlandschappen.
  • De structuurvisie wordt vervangen door de omgevingsvisie. In deze omgevingsvisie staan de ontwikkelingen en ambities voor een grondgebied op lange termijn voor bouwwerken, infrastructuur, cultureel erfgoed, bodem, lucht, natuur en andere aspecten van de fysieke leefomgeving.
  • Het omgevingsplan komt in de plaats van het huidige bestemmingsplan en de gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten gebeurt straks ook in het omgevingsplan.
  • Werelderfgoed wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het eerst expliciet wettelijk verankerd.
  • De gemeente wordt verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor het verstoren van archeologische rijksmonumenten, in het geval er sprake is van een meervoudige aanvraag (dus als er van de gemeente ook nog andere omgevingsvergunningen nodig zijn voor samenhangende activiteiten). De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geeft daarover wel een bindend advies.
  • In de Omgevingswet is geregeld dat in het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang niet alleen de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, maar ook de gemeente bodemverstorende werkzaamheden kan stilleggen.
  • De eigenaar van een rijksmonument heeft een instandhoudingsplicht. Hij of zij moet ervoor zorgdragen dat het monument zodanig wordt onderhouden dat het behoud ervan gewaarborgd is.
  • Het toetsingskader voor een sloopvergunning binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht moet in het omgevingsplan worden opgenomen.

Meer informatie over cultureel erfgoed in de Omgevingswet?

Ruimte in Advies staat voor u klaar! Onze specialisten gaan graag met u in gesprek over de wijzigingen, mogelijkheden en oplossingen. Voor meer informatie kunt u geheel vrijblijvend contact met ons opnemen.

Bel ons op: +31 (0)45 711 15 99 of stuur een e-mail naar: contact@ruimteinadvies.nl.